Menu Sluiten

Delta

Na een helicoptervlucht boven Nederland in 1995 vroeg ik me af: Waarom heet de Rijn in Rotterdam Maas?

De vraag liet me niet los en maakte een voortdurende zoektocht mogelijk naar de delta waarop, of waarin, wij wonen.

Een bijzondere combinatie van zilt en zoet water, verschillende soorten grond, klimaat en mensenhanden.

Op dit moment schrijf ik een boek over dit onderwerp.

Het boek begint met een tocht langs de rivier waarin je kunt meebeleven hoe de delta eruit ziet. Dan volgt een beschrijving van het heel verschillende gebruik van de rivier, zoals de natuur, vissers, schippers, fruitteelt en bijvoorbeeld ook het feit dat de rivier een barrière vormt.

De rivier is niet alleen het water, maar zeker ook hetgeen om de rivier heen is, zoals hier links, een coupure in de dijk bij Baarlo.

In Kekerdom, bij het begin van de Waal, staat een kerkje. Het staat hoog op een duin van rivierzand, dus kon de dijk er in de zeventiende eeuw best achterlangs worden gebouwd, zodat de kerk aan de rivierkant van de dijk kwam te staan. Dat was misschien toch niet zo’n goed idee, want bij heel hoog water loopt de begraafplaats onder water. En de kerk ook een beetje. Maar het is ook bijzonder: één van de weinige buitendijkse kerken in Nederland.

Het gebruik van de rivier is verbonden met de oorsprong van de rivier die de rivier zijn eigen karakter geeft. Als mensen waarderen we die natuur, maar even goed willen we die naar ons hand zetten. Als eerste door bescherming tegen hoog water . Maar ook door het rivierwater door kanalen te leiden, zoals hier links bij het Amsterdam-Rijnkanaal

Dat maakt alles bij elkaar het wonderbaarlijke verhaal waarom de Rijn in Rotterdam Maas heet.

Vanaf Wijk bij Duurstede kronkelt de Kromme Rijn naar Utrecht. Via de stadsgrachten splitst hij zich in de Rijn naar Katwijk en de Vecht naar Muiden.

In de stad Utrecht begint de Vecht aan een soort gracht die Zeedijk heet.

De Vecht is een plezierrivier, die zich beweegt door de natuur en het boerenland, langs statige landhuizen, pittoreske dorpen en steden zoals Breukelen, Weesp en Muiden waar hij in de Zuiderzee stroomt en je Pampus en het Muiderslot kunt zien.

De ene keer overspoelde de Maas het land en vermengde zich soms zelfs met de Waal; de andere keer was de Maas niet vooruit te branden.

Daarom groeven ze in de negentiende eeuw een rivier naar zee. Ze doopten hem de Bergsche Maas, omdat hij uitkomt in Geertruidenberg. Voor een deel groeven ze rivier door oude Maasbeddingen, want in het verleden liep de rivier soms zus en dan zo. Via de Bergsche Maas vloeit het water ordentelijk af.

Tussen Drimmelen en Moerdijk (de rivier heet hier inmiddels alweer Amer) grazen schapen op de dijk. Soms kijken ze uit over het water en zien ze de Biesbosch aan de overkant van de rivier.

Tegenover Vlaardingen voegt de Waal zich weer eens bij de Lek. Vanaf hier heet de Rijn “Scheur”.

In Vlaardingen zijn havens waar je je tegelijk in het heden en in de eerste helft van de twintigste eeuw waant. Er is volop bedrijvigheid in voornamelijk vooroorlogse panden. Maar ook staan er gebouwen bijna op instorten. Er wordt hard gewerkt. Halen en brengen, overleggen en rijden met vrachtwagens. Een schip dat langzaam voorbij glijdt. Het is er een levendig gebeuren.

Rechts van de Nederrijn zie je de heuvels van de Veluwe en de Utrechtse heuvelrug; links de veel vlakkere Betuwe. De rivier is gestuwd met futuristische vizieren uit de jaren vijftig die tegelijkertijd iets weghebben van slanke dinosaurussen. Maar als je er niet in de buurt bent, zie je ze niet.

Op een windstille, warme zomerdag heeft de rivier tussen stroom- en heuvelrug een arcadisch aanzien.

De rivier neemt de bodem waar hij vandaan komt mee en legt het neer als sediment verderop in de rivier, of uiteindelijk in zee. Aan de kust is de rivier ook een zeearm. Op sommige hoekjes aan de oeverkust blijft het sediment liggen als slik of gors. Ik zag een gors aan het Hollandsch Diep bij Den Bommel met mooie geulen.

Vroeger waren hier de staatsmijnen. Nu staan er naftakrakers en andere chemische fabrieken op het terrein van Chemelot. Langs de snelweg bij knooppunt Kerensheide en bij het Julianakanaal. De Maas stroomt er over het algemeen lieflijk op de achtergrond. Maar soms staat hij bijna droog of raast er enorm veel water met geweld doorheen.

Het water dat we drinken, komt vaak uit de rivier. Zijn we klaar met drinken, dan wordt het rioolwater erin gekiept. Klinkt vies, maar een probleem is het niet. Het vuile water wordt gereinigd voor het de rivier in gaat, de rivier heeft zelf bovendien een reinigend vermogen en daar weer bovenop wordt het water bij het waterbedrijf ook nog eens gereinigd voordat ze het bij ons in de kraan bezorgen.

Een relatief simpel proces. Maar het vraagt wel aandacht. Daaraan werken mensen met verstand van zaken als biologie, geologie en techniek.

We hebben het water graag in de hand. Zo houden we Maas en Waal gescheiden en zorgen we voor voldoende water op de Maas met stuwen; de laatste hier bij Lith. Daar waar het Land van Maas en Waal overgaat in de Bommelerwaard, lopen Maas en Waal bijna in elkaar over. Het zou een huwelijk kunnen zijn. Maar de vraag is of dat wel goed gaat. Het is een dispuut tussen natuurliefhebbers en rivierbeheerders.

De rivier is dan wel sterk gereguleerd, toch zijn er maar weinig plekken waar je zo ver voor je uit kunt mijmeren als aan de rivier. Hier bijvoorbeeld aan de Maas.

De rivier spoelt sediment aan uit de heuvels en bergen. Al maar door. We kunnen het goed gebruiken. Als we het weggraven, ontstaan geulen en meren en ruimte voor de rivier en de natuur. Het vrijgekomen zand, grind en de klei kunnen we goed gebruiken in de bijvoorbeeld bouw.

Daarom zie je soms een soort mega groot insect op hoge poten in de uiterwaarden. Dat is dan een graaf- en verdeelmachine die grondstof levert voor de bouw en ruimte aan de riviernatuur.

Nederland is misschien wel één groot metropool met stadsdelen als Arnhem, Nijmegen en Rotterdam.

In die metropool voel je op sommige plaatsen eindeloos veel ruimte, vanaf de rivierdijk om je heen kijkend. Dorpjes met rond de duizend inwoners. Polders, uiterwaarden en de rivier. Zoals hier bij Heerewaarden met aan de overkant van de Waal de brede kerktoren van Varik.

De rivier stroomt van de bergen en via de heuvels naar zee. Het water schraapt het zand en grind en de klei van de harde ondergrond en neemt het allemaal mee om het cadeau te doen aan het land en de zee.

De mensen profiteren ervan. Ze liggen aan het strand, ze bouwen hun huizen, ze drinken uit kopjes en uit glas.

Het was vandaag zo’n dag met zon en regen in de lucht. De kleuren waren diep en intens. Aan de Merwede bij Gorinchem keken we uit over de rivier. Naar Woudrichem en slot Loevestijn. Daar ergens tussen die twee plaatsen in stroomt de Maas in de Waal en tovert de Waal om tot Merwede.

Je ziet het niet. Hoe kun je het dan weten?

Er staan straatnaambordjes aan de rivier en op de dijk.

De rivier stroomt. Het water loopt van boven naar beneden. De buitenbocht schuurt uit, het sediment – klein, zand – slaat weer neer in de binnenbocht.

De rivier overstroomt het land, het slib zakt neer. Zwevend klei is neergezakt waar het water het bracht.

Bij Oud-Beijerland, niet ver van Rotterdam in de Hoeksche Waard, fietsten we naar natuurgebied Klein Profijt.

We zaten er op een bankje en keken voor ons uit naar de Oude Maas. Er voer een schip.

Nationaal Park De Biesbosch. Op de achtergrond de gegraven rivier Nieuwe Merwede. Geheimzinnige kreken, watervlaktes, landbouw.

Natuur, techniek, nijverheid en recreatie.

Rotterdam groeide in de negentiende eeuw en legde nog meer havens aan in de rivier. Tussen de hoge nieuwe flatgebouwen waarin mensen tegenwoordig wonen en werken bij de Rijnhaven, geven de oude werkgebouwen het gebied zijn eigen dynamiek. Ook als het uitzicht stil en grijs is in afwachting van wat later blijkt een onweersbui te zijn.

In Vreeswijk zitten we op een bankje aan de dijk bij de Lek. Je kijkt er ver uit met aan de overkant van het water het stadje Vianen en een strand aan de rivier. Ondertussen vaart een schip voorbij. Het Merwedekanaal steekt hier als het ware de Lek over.

Het was op deze warme zomerdag toch koel door het briesje vanaf de rivier.

Het is hier niet alleen heerlijk voor je uitkijken. Het is ook bijzonder om te weten dat hier bijna tweeduizend jaar geleden door onbevangen mensenhanden en natuurkracht een natuurlijke rivierverbinding is gelegd tussen de zee en het oosten en dat de stad Utrecht hier later door nú oude kanalen is verbonden met de wereld ver weg.

De rivier is al heel oud en steeds nieuw. Hij maakt een lange reis. Uit de bergen rolt steen in het water. Het water slijpt de stukken steen glad: kiezelstenen. Al onnoemlijk lang geleden voerde de rivier de stenen mee en liet ze neerdalen. De mensen maken dankbaar gebruik van kiezelstenen die de rivier heeft achtergelaten. Bij de bouw of in de tuin.

Als er veel grind op de bodem ligt van een rivier, is de bodem zo hard, dat de rivier niet kan uitslijpen in de diepte. Als er dan geen andere belemmeringen zijn, zoals een stevige dijk, kiest de rivier een ander pad waarin het water wel voldoende ruimte heeft.

Het begin van een rivier merk je bijna niet. Er drupt wat water uit een steen. Of er komt in een weiland wat water uit de grond naar boven. Het water stroomt naar beneden en vormt zelf een geultje. Hoe meer water erbij komt, hoe groter de rivier wordt.

Het bijzondere van zo’n ouderwetse dijk, is dat hij heel aardig overvloedig water tegenhoudt en dat er onder het maaiveld toch een vaak prettige uitwisseling is van rivier- en grondwater.

Er is weer steeds meer vis in de rivier. Voor 1970 ging de visstand danig achteruit. Maar tegenwoordig zijn er weer meer kansen voor vissen.

Het water wordt beter beschermd tegen calamiteiten, rioolwater van gezinnen en bedrijven wordt steeds beter gereinigd. Barrières die ervoor zorgen dat trekvissen zich niet meer kunnen voortplanten, worden steeds meer geslecht, bijvoorbeeld door vispassages aan te leggen.

Eigenlijk eet je voor een groot deel rivier in een schilletje als je hapt van een appel en een peer. De boom groeit op klei die de rivier in het vaak verre verleden naar het land toe bracht.

Het boek vordert

Door langs de rivier te reizen, me erover te verbazen en ervan te genieten, door mensen te spreken, boeken te lezen en niet te vergeten door over de rivier en zijn maatschappelijke betekenis schrijven, vordert het boek. Lees hier de